De toekomst van werk: heb jij straks nog een baan?

Met de opkomst van automatisering vrezen steeds meer mensen voor hun baan. Het staat vast dat veel banen in de toekomst zullen verdwijnen, maar het is zeker mogelijk om aan het werk te blijven. Lees wat jij daarvoor moet doen en in welke branches de vooruitzichten het best zijn.

De robots komen eraan! Wat voor banen bestaan er in de toekomst? Wat is de toekomst van werk überhaupt? Het zijn vragen waar we ons mee bezig houden nu automatisering werkzaamheden niet alleen efficiënter maakt, maar soms ook overneemt. Zitten we straks met z’n allen op de bank?

Wie het heeft over het verdwijnen van banen, zal wellicht allereerst aan laaggeschoold werk denken. Maar niets is minder waar volgens onderzoek van consultancybureau McKinsey. Doordat robots nog niet geavanceerd genoeg zijn om ‘met hun handen te werken’, zijn júíst beroepen als loodgieter, schoonmaker of tuinman lastig te vervangen. Bovendien is automatisering duur: door het relatief lage loon voor deze beroepen, levert het bedrijven weinig op ze te vervangen. De beroepen uit de middenklasse hebben meer te vrezen: zij hebben wél een baan waarbij het loont als machines hun werk uitvoeren.

Maar ook daar zal de volledige automatisering meevallen. McKinsey voorspelt dat veel banen in de toekomst blijven bestaan: minder dan vijf procent is geschikt om volledig te worden geautomatiseerd. Wat wél geautomatiseerd kan worden, zijn taken. Voor 60 procent van de beroepen geldt dat een derde van het werk geautomatiseerd kan worden. Dat betekent een andere invulling van veel banen. En dus dat werknemers zich op andere vlakken moeten ontwikkelen om de robots vóór te blijven.

Robotisering

Een branche waarin dit duidelijk te zien is, is de financiële dienstverlening. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bracht in december cijfers naar buiten waaruit bleek dat er van 2008 tot 2017 zo’n 43.000 banen verdwenen, voornamelijk door de opkomst van technologische ontwikkelingen als internetbankieren. Betekent dat het eind van de branche? Absoluut niet. Waar machines taken van administratief medewerkers en boekhouders veelal vervangen, komen er meer financieel specialisten en economen bij. Veel medewerkers laten zich dus omscholen binnen de eigen branche. Daarmee wordt de menselijke kant van de cijfers beter bezet.

Ook in een branche als de zorg, is automatisering nog geen bedreiging. De empathie die nodig is bij patiënten in het ziekenhuis of het dagelijkse praatje met de wijkverpleegkundige voor ouderen die de hele dag thuis zitten is van groot belang: daar is een robot nog altijd niet toe in staat.

Dat betekent overigens niet dat automatisering niet langzaam opkomt in het ziekenhuis. Uit onderzoek van kennisinstituut Nictiz blijkt dat de helft van de Nederlandse ziekenhuizen inmiddels een Chief Medical Information Officers (CMIO) kent, die zich bezighoudt met alle ICT in en rondom het ziekenhuis. In de operatiekamers is er steeds vaker een samenwerking tussen robots en chirurgen waarbij de chirurg de robot van een afstand bestuurt. Die voert vervolgens met enorme nauwkeurigheid de operatie uit. Zo gaan robotisering en menselijk handelen hand in hand.

Baan van de toekomst

Een beroepsbranche die speciale aandacht verdient, is het onderwijs. Kinderen zijn steeds meer gewend op te groeien tussen digitale apparaten. De vraag is of scholen ze opleiden voor een beroep dat straks nog bestaat.

Dat lijkt overdreven, maar vijf jaar geleden bestonden sommige beroepen waar nu veel vraag naar is nog niet. Uit een rapport van het World Economic Forum blijkt zelfs dat twee derde van de kinderen die nu wereldwijd naar school gaan, straks een baan van de toekomst heeft: werk dat we nog niet kennen. Een derde van de nu benodigde vaardigheden zal worden vervangen door nieuwe.

Future Skills

Een antwoord op die veranderende arbeidsmarkt zijn de ‘21st Century Skills’, een aantal vaardigheden die op steeds meer scholen wordt onderwezen. Daarmee leren kinderen niet alleen een vak, maar krijgen ze ook les in capaciteiten om zich opnieuw te ontwikkelen. Op die manier zullen wij ook in de toekomst de robots voor kunnen blijven.

Want hoe dichtbij de robots ook lijken, denkvaardigheden zoals probleemoplossend vermogen, creativiteit en kritisch nadenken kunnen ze niet zomaar overnemen. Ook nieuwe vaardigheden, zoals mediawijsheid en ICT-skills worden de kinderen bijgebracht. Waar deze onderwerpen vroeger nauwelijks aandacht kregen, gaan ze nu een steeds belangrijker rol spelen. Tot slot spelen sociale competenties een belangrijke rol: communicatie, samenwerken en interculturele vaardigheden zijn nog lang niet besteed aan automatisering. Menselijke emotie speelt hier nog altijd een grote rol bij, dat is iets waar robots nog niet goed op kunnen anticiperen.

Betekent dit dat de huidige generatie verloren is, nu enkel kinderen hierin onderwezen worden? Allerminst. Ook volwassenen kunnen deze Future Skills ontwikkelen. Je bent tenslotte nooit te oud om te leren. En vaardigheden als cognitieve flexibiliteit, communicatie en het vermogen kritisch na te denken, zijn voor velen direct toepasbaar. Wie bereid is tot leren, blijft de robots de baas. En zal uiteindelijk als grote winnaar uit de bus komen. Ben jij klaar voor de toekomst?

Future skills; je hebt ze sneller nodig dan je denkt.